Haussmann in Parijs, de grote stadsvernieuwing uitgelegd
Wie vandaag door Parijs loopt, ziet een stad die opvallend samenhangend aanvoelt. De brede boulevards, lichte kalkstenen gevels, lange zichtlijnen en bomenrijen lijken alsof ze altijd onderdeel van de stad zijn geweest. Dat was ooit anders. Het Parijs dat we nu kennen, is voor een groot deel ontstaan tijdens een van de grootste stadsvernieuwingen van de negentiende eeuw. Onder Napoleon III kreeg Georges Eugène Haussmann vanaf 1853 de opdracht om Parijs ingrijpend te veranderen. Straten werden doorgebroken, hele wijken verdwenen en nieuwe boulevards sneden dwars door de oude stad. Het resultaat was een Parijs dat moderner, lichter en beter georganiseerd moest worden. Maar de vernieuwing had ook een prijs. Duizenden bewoners moesten verhuizen en delen van het oude Parijs verdwenen voorgoed. Juist die tegenstelling maakt het verhaal van Haussmann zo interessant.
Het Parijs vóór Haussmann
Om te begrijpen waarom Haussmann zo ingrijpend te werk ging, moet je je het Parijs van vóór 1853 voorstellen. De stad was veel dichter bebouwd dan tegenwoordig. Middeleeuwse straten waren vaak smal, kronkelig en donker. Huizen stonden dicht op elkaar en sanitaire voorzieningen waren beperkt. De snelle groei van Parijs had de situatie nog ingewikkelder gemaakt. De stad werd in de negentiende eeuw geconfronteerd met slechte hygiëne, vervuiling en epidemieën. Cholera-uitbraken maakten duidelijk dat de bestaande infrastructuur niet meer voldeed aan de eisen van een snel groeiende hoofdstad. Maar gezondheid was niet de enige reden voor de grote verbouwing. Napoleon III wilde van Parijs een moderne hoofdstad maken die paste bij het Frankrijk van de negentiende eeuw.
Napoleon III en Haussmann
Napoleon III was president van de Franse Republiek voordat hij in 1852 keizer werd. Hij had tijdens zijn verblijf in Londen gezien hoe brede straten, parken en moderne infrastructuur een stad konden veranderen. Toen hij Parijs wilde moderniseren, vond hij in Haussmann de ambtenaar die die enorme opdracht kon uitvoeren. Haussmann was geen architect in de klassieke zin van het woord. Hij was bestuurder en prefect van het departement Seine. Zijn kracht lag juist in het organiseren van een project op enorme schaal. Onder zijn leiding werden nieuwe boulevards aangelegd, oude straten verbreed, pleinen geopend en nieuwe infrastructuur gebouwd. Er kwamen betere riolering en waterleidingen. Parken en openbare ruimtes werden aangelegd. En nieuwe straten verbonden belangrijke delen van de stad met elkaar. Het resultaat was niet één project, maar een complete hertekening van Parijs.
De Arena van Lutetia: een overblijfsel van het oude Parijs
Wie het oude Parijs wil begrijpen, moet ook verder kijken dan de Haussmanniaanse boulevards. Een bijzondere plek is de Arènes de Lutèce, een Romeins amfitheater in het Quartier Latin. De arena dateert uit de Gallo-Romeinse periode, waarschijnlijk uit de eerste en tweede eeuw. Het is daarmee een tastbare herinnering aan een Parijs dat vele eeuwen ouder is dan de stad van Haussmann. De arena raakte in de loop van de middeleeuwen grotendeels uit beeld. Later werden delen van het terrein bebouwd. Pas in de negentiende eeuw werd het Romeinse bouwwerk opnieuw ontdekt. Dat gebeurde precies in de periode waarin Parijs zelf drastisch aan het veranderen was. De Arènes de Lutèce is daardoor een mooi contrast met het Haussmanniaanse Parijs. Aan de ene kant heb je de rechte boulevards en uniforme gevels van de negentiende eeuw. Aan de andere kant een plek die teruggaat tot het Romeinse Lutetia.
Wie door Parijs loopt, beweegt daardoor voortdurend tussen verschillende lagen van de geschiedenis.
Victor Hugo en het verdwenen Parijs
De veranderingen van Haussmann werden niet door iedereen toegejuicht. Een van de bekendste stemmen die aandacht vroeg voor het oude Parijs was schrijver Victor Hugo. In zijn roman Notre-Dame de Paris, gepubliceerd in 1831, beschreef Hugo een middeleeuws Parijs waarin de kathedraal, straten en gebouwen een belangrijke rol spelen. Zijn belangstelling voor het historische Parijs was groter dan alleen literair. Hugo maakte zich zorgen over de manier waarop oude gebouwen en monumenten werden behandeld. Hij zag architectuur als een essentieel onderdeel van het geheugen van een stad. Dat gedachtegoed werd belangrijk in een tijd waarin Parijs steeds verder werd gemoderniseerd. De beroemde kathedraal Notre-Dame stond daarbij symbool voor het middeleeuwse Parijs dat Hugo wilde beschermen. Zijn roman droeg bij aan een bredere waardering voor het historische erfgoed van Parijs en speelde een belangrijke rol in de belangstelling voor restauratie.
Het is interessant om te bedenken dat Hugo zijn Parijs schreef voordat Haussmann aan zijn grote verbouwing begon. Het Parijs dat hij beschreef, was dus grotendeels het Parijs dat later zou verdwijnen.
De boulevards van Haussmann
Wanneer je vandaag door Parijs loopt, zie je het resultaat vooral in de grote boulevards. De Boulevard Haussmann is natuurlijk het bekendste voorbeeld, maar ook straten als de Boulevard de Sébastopol, Boulevard Saint-Germain en delen van de Rue de Rivoli laten zien hoe de stad werd opengebroken en opnieuw verbonden. De nieuwe straten hadden een duidelijke functie. Ze maakten het verkeer gemakkelijker, brachten licht en lucht in dichtbebouwde wijken en verbonden belangrijke gebouwen en pleinen. Maar de brede boulevards hadden ook een politieke betekenis. Een brede straat is gemakkelijker te controleren dan een smalle wirwar van stegen. Troepen en politie konden zich sneller door de stad bewegen. Dat speelde mee in het Parijs van de negentiende eeuw, waar politieke opstanden en barricades regelmatig voorkwamen.Haussmann maakte de stad daardoor niet alleen moderner. Hij maakte haar ook beter bestuurbaar.
Waarom Parijs zo uniform lijkt
De stadsvernieuwing ging verder dan het aanleggen van nieuwe straten. Ook de gebouwen langs de nieuwe boulevards werden onderdeel van een nieuwe stedelijke orde. De gevels kregen een herkenbaar ritme. Lichte kalksteen werd veel gebruikt. Ramen werden op regelmatige afstand geplaatst en balkons liepen over grote delen van de gevel. De gebouwen verschillen van elkaar, maar delen dezelfde architectonische taal.Daarom voelt een wandeling door een Haussmanniaanse wijk zo coherent. De stad is geen verzameling losse gebouwen. De gevels zijn ontworpen als onderdeel van één straatwand. Ook de daken horen daarbij. De zinken mansardedaken vormen boven de lichte gevels een vrijwel doorlopend grijs landschap.
De 20 arrondissementen van Parijs, welke past bij jou?
Parijs is verdeeld in twintig arrondissementen. Die verdeling is tegenwoordig zo vanzelfsprekend dat je er nauwelijks bij stilstaat. Maar de huidige indeling ontstond in dezelfde periode van grote veranderingen. In 1860 werden de grenzen van Parijs uitgebreid. De stad nam omliggende gemeenten op en werd vervolgens verdeeld in twintig arrondissementen. Ieder arrondissement heeft een burgemeester. Nu hoor ik je denken, dus 20 burgemeesters. Het zijn er 21. De arrondissementen zijn met de klok mee georganiseerd en vormen samen een soort spiraal vanuit het historische centrum. Als je het vanaf bovenaf op een kaart bekijkt, zie je een slakkenhuis. In het midden liggen het 1e arrondissement en de omliggende centrale arrondissementen. Naar buiten toe lopen de nummers verder op tot het 20e. Voor bezoekers is dat systeem verrassend handig. Het arrondissement vertelt je namelijk meteen ongeveer waar je bent. Ben je ergens en weet je even niet in welk arrondissement je bent? Kijk dan op een straatnaambord, hierop staat de naam van de straat en het arrondissement.
Het 1e arrondissement: het hart van de stad
Het 1e arrondissement ligt rond het Louvre, de Tuilerieën en het Palais Royal. Dit is een van de oudste en meest centrale delen van Parijs. Hier vind je een ander soort stadsbeeld dan in sommige latere Haussmanniaanse wijken. Monumentale gebouwen, historische pleinen en brede straten komen hier samen. Het is een goede plek om te zien hoe verschillende periodes van Parijs over elkaar heen liggen.
Het 2e arrondissement: passages en commercieel Parijs
Het 2e arrondissement ligt ten noorden van het 1e en is relatief compact. Hier vind je onder meer de historische passages, zoals de Galerie Vivienne. Eén van mijn favoriete stukjes. De passages zijn een mooi voorbeeld van het Parijs van vóór de grote Haussmanniaanse transformatie. Overdekte winkelgalerijen, smalle straten en oude gevels laten zien hoe anders de stad kon aanvoelen voordat de brede boulevards het straatbeeld veranderden.
Het 3e en 4e arrondissement: het historische Parijs
In het 3e en 4e arrondissement ligt een groot deel van het Marais. Dit gebied werd veel minder volledig getransformeerd dan sommige andere delen van Parijs. Daardoor zijn hier nog veel oudere straten en gebouwen te vinden. Als je wilt begrijpen wat Haussmann veranderde, dan zijn deze arrondissementen bijzonder interessant. Loop eerst door de Marais en daarna naar de brede Haussmanniaanse Boulevard de Sébastopol. Het verschil wordt meteen duidelijk.
Het 5e arrondissement: Lutetia en het Quartier Latin
Het 5e arrondissement is één van de beste plekken om de lange geschiedenis van Parijs te ervaren. Hier liggen het Quartier Latin, de Sorbonne en de Arènes de Lutèce. Het is een wijk waarin de Romeinse, middeleeuwse en negentiende-eeuwse geschiedenis dicht bij elkaar liggen. Juist daarom past de Arènes de Lutèce zo goed in het verhaal van Haussmann. Het monument herinnert eraan dat Parijs veel ouder is dan de brede boulevards die we tegenwoordig zo vanzelfsprekend vinden. Zelf vond ik het enorm leuk en interessant om dit stukje Parijs te voet met een gids en met een tour op de fiets te beleven. Wil je hier meer over weten? Lees dan ook de pagina over de wandeltours met Robert van Walking & Talkingtours en het artikel wat ik schreef over Emma, een Belgische gids die fietstours in Parijs organiseert.
Het 6e arrondissement: Saint-Germain-des-Prés
Het 6e arrondissement is bekend vanwege Saint-Germain-des-Prés, de Jardin du Luxembourg en de elegante straten rond de Boulevard Saint-Germain. Ook hier zie je de invloed van de negentiende-eeuwse stadsvernieuwing. Boulevard Saint-Germain werd onderdeel van de grote verbindingen door Parijs en veranderde de structuur van de wijk ingrijpend. Tegelijkertijd bleef het gebied een sterk eigen karakter behouden.
Het 7e arrondissement: monumentaal Parijs
In het 7e arrondissement komen enkele van de bekendste monumenten van Parijs samen, waaronder de Eiffeltoren, Les Invalides en het Musée d'Orsay.De wijk laat goed zien hoe Haussmanniaanse straten en monumentale gebouwen elkaar versterken. Brede lanen zorgen voor zichtlijnen richting belangrijke gebouwen. Dat is geen toeval. De stadsplanning maakte van perspectief een onderdeel van de architectuur.
Het 8e arrondissement: de grote boulevards
Het 8e arrondissement is misschien wel een van de duidelijkste voorbeelden van het monumentale Parijs van de negentiende eeuw. De Champs-Élysées, Avenue Montaigne, Boulevard Haussmann en de omgeving van de Arc de Triomphe laten zien hoe breed en groots de nieuwe stad kon worden opgezet. Hier begrijp je ook goed waarom Parijs soms bijna als een toneeldecor aanvoelt. De boulevards zijn ontworpen met zichtlijnen, symmetrie en monumentale perspectieven.
Het 9e arrondissement: warenhuizen en Haussmann
Het 9e arrondissement is een van de interessantste wijken voor wie de commerciële kant van het nieuwe Parijs wil begrijpen Hier liggen de grote warenhuizen zoals Galeries Lafayette en Printemps. De nieuwe boulevards brachten niet alleen verkeer door de stad. Ze creëerden ook een nieuw soort stedelijk leven. Winkelen werd een belangrijke vorm van vrijetijdsbesteding. De negentiende-eeuwse stad werd daarmee niet alleen een plek om te wonen en werken, maar ook een plek om te kijken, flaneren en consumeren.
Het 10e tot en met het 12e arrondissement
Verder naar het oosten en noorden wordt het Parijs van Haussmann afgewisseld met oudere wijken, stations, markten en latere stadsuitbreidingen. Het 10e arrondissement werd belangrijk door de grote stations Gare du Nord en Gare de l'Est. In het 11e arrondissement bleef veel van het meer volkse en ambachtelijke karakter van Parijs zichtbaar. Het 12e arrondissement kreeg eveneens grote infrastructurele veranderingen en ontwikkelde zich sterk rond stations, boulevards en nieuwe verbindingen. Hier wordt duidelijk dat Haussmann niet overal hetzelfde resultaat achterliet. Parijs bleef een stad van verschillende buurten.
Het 13e tot en met het 20e arrondissement
De buitenste arrondissementen vertellen weer een ander verhaal. Sommige delen werden pas relatief laat onderdeel van Parijs en hebben daardoor een heel andere stedenbouwkundige geschiedenis. Het 14e arrondissement is bijvoorbeeld bekend om Montparnasse en de Cité Internationale Universitaire. Het 15e is grotendeels residentieel en behoort tegenwoordig tot de dichtstbevolkte delen van de stad. Het 16e staat bekend om zijn brede lanen, elegante woonstraten en grote gebouwen. Het 17e combineert klassieke woonwijken met modernere delen. Het 18e is natuurlijk verbonden met Montmartre, waar het oude dorpse karakter sterk afwijkt van het rationele Haussmanniaanse stratenplan. Het 19e en 20e arrondissement hebben opnieuw een ander karakter, met onder meer de Buttes-Chaumont en Belleville.
Wie Parijs echt wil begrijpen, moet daarom niet denken dat één stijl de hele stad bepaalt. Haussmann veranderde Parijs ingrijpend, maar hij maakte Parijs niet overal hetzelfde.
Het getal op de gevel
De arrondissementen zijn niet alleen handig voor bezoekers. Ze vertellen ook iets over de manier waarop Parijs in de negentiende eeuw werd georganiseerd. Wat ik al eerder in dit artikel noemde. Kijk maar eens naar een adres. Het nummer van het arrondissement staat meestal in het adres en wordt in Parijs dagelijks gebruikt om een locatie te duiden. Voor reizigers is het een eenvoudige manier om wijken uit elkaar te houden. Het 1e voelt anders dan het 18e. Het 6e anders dan het 19e. Dat verschil is juist een van de charmes van Parijs.
Haussmann veranderde niet alles
Het is verleidelijk om Haussmann verantwoordelijk te maken voor het hele uiterlijk van Parijs. Dat klopt niet helemaal. Parijs bestond al eeuwen voordat Haussmann begon. De Romeinse arena's, middeleeuwse kerken, aristocratische hôtels particuliers, passages en dorpsachtige wijken zijn allemaal onderdeel van dezelfde stad. Haussmann legde daar een nieuwe laag overheen. Dat is misschien een betere manier om naar zijn werk te kijken. Hij vernietigde niet het oude Parijs volledig. Hij veranderde de structuur van de stad en liet verschillende historische lagen naast elkaar bestaan. Daarom kun je 's ochtends door een middeleeuwse straat in het Marais lopen, daarna over een brede Haussmanniaanse boulevard wandelen en even later bij een Romeins monument staan.
Dat is het bijzondere aan Parijs.
Parijs lezen als een geschiedenisboek
De volgende keer dat je door Parijs loopt, kijk dan eens anders naar de stad. Een brede boulevard vertelt iets over Haussmann. Een zinken dak vertelt iets over de negentiende-eeuwse bouwtechniek. Een smalle straat kan je terugbrengen naar het Parijs van vóór de grote stadsvernieuwing. Een Romeinse arena herinnert aan Lutetia. En een roman van Victor Hugo laat je kennismaken met een Parijs dat grotendeels verdwenen is. De stad bestaat uit al die lagen tegelijk. Misschien is dat ook waarom Parijs zich zo moeilijk laat samenvatten in één stijl. Het is geen decor dat in één periode is ontworpen. Het is een stad die steeds opnieuw is aangepast, uitgebreid, afgebroken en opnieuw opgebouwd. Wanneer je dat eenmaal weet, kijk je anders naar de straten. Je ziet niet meer alleen Parijs, maar je ziet hoe Parijs is ontstaan.

