De zinken daken van Parijs: het verhaal achter het Haussmanniaanse straatbeeld
Zinken daken in Parijs gezien vanaf het raam van hotel Saint Louis - Jardin du Luxembourg.
Wie door Parijs loopt, kijkt meestal naar de gevels. Naar smeedijzeren balkons, hoge ramen, klassieke voordeuren en de terrassen die zich aan de straat uitstrekken. Maar kijk eens omhoog.
Boven de brede boulevards ligt een tweede Parijs. Een stad van zinken daken, schoorstenen, dakkapellen en kleine terrassen die zich als een grijze laag over de stad uitstrekken.
Juist die daken, samen met de lange rechte straten en uniforme gevels van het Haussmanniaanse Parijs, bepalen voor een groot deel het beeld dat we tegenwoordig zo vanzelfsprekend met Parijs associëren.
En toch zijn ze minder vanzelfsprekend dan ze lijken.
Het Parijs van Haussmann
Om te begrijpen waarom Parijs eruitziet zoals het eruitziet, moeten we terug naar de negentiende eeuw.
Onder keizer Napoleon III kreeg baron Georges Eugène Haussmann de opdracht om Parijs ingrijpend te moderniseren. Tussen 1853 en de jaren 1870 veranderde hij grote delen van de stad.
Smalle en vaak donkere middeleeuwse straten maakten plaats voor brede boulevards. Nieuwe pleinen en lange zichtlijnen verbonden belangrijke delen van de stad. Er kwamen betere riolering, waterleidingen en verlichting. Maar Haussmann veranderde niet alleen de infrastructuur. Hij veranderde ook de manier waarop Parijs eruitzag.
De nieuwe boulevards kregen een duidelijke architectonische samenhang. Gevels werden op elkaar afgestemd in hoogte, materiaal en ritme. De bekende Parijse appartementsgebouwen ontstonden: meestal vijf of zes verdiepingen hoog, met horizontale lijnen, hoge ramen en balkons die over verschillende verdiepingen doorlopen.
Wie vandaag over bijvoorbeeld de Boulevard Haussmann, de Avenue de l'Opéra of delen van de Rue de Rivoli loopt, ziet nog altijd het resultaat van deze stadsvernieuwing.
En dan zijn er de daken
Vanaf straatniveau lijken de Parijse daken bijna een decorstuk. Zilvergrijs, strak naast elkaar en bezaaid met schoorstenen. Dat grijze uiterlijk komt door zink.
Zink was in de negentiende eeuw een praktisch materiaal voor dakbedekking. Het is relatief licht, duurzaam en goed te verwerken. Dat laatste was belangrijk in een stad waar gebouwen dicht op elkaar stonden en daken ingewikkelde vormen konden krijgen.
De typische Parijse mansardedaken (daken met een knik) werden daardoor steeds vaker met zink bedekt. Het resultaat is een bijzonder stadsbeeld. Vanaf een hoger gelegen punt zie je niet alleen afzonderlijke gebouwen, maar een vrijwel aaneengesloten daklandschap.
En precies daar wordt zichtbaar hoe zorgvuldig Parijs als stad is ontworpen.
Waarom zijn de Parijse daken grijs?
Het zink op de daken is niet simpelweg grijs omdat dat de oorspronkelijke kleur van het materiaal is.
Onder invloed van het weer verandert het oppervlak en ontstaat een beschermende laag. Daardoor krijgen de daken hun karakteristieke matte, blauwgrijze tot zilvergrijze uitstraling. Het is een kleur die prachtig contrasteert met de lichte kalkstenen gevels eronder.
Dat is een van de redenen waarom Parijs vanaf een hoger standpunt zo herkenbaar is. De crème kleurige gevels vormen samen met de grijze daken een bijna monochroom palet.
Op een zonnige dag kan het zink bijna zilver lijken. Bij bewolkt weer wordt het veel donkerder en sluit het aan bij de kleur van de Parijse lucht.
De schoorstenen zijn geen toeval
Kijk je langer naar de daken, dan valt nog iets op: de enorme hoeveelheid schoorstenen. Ook die zijn onderdeel van het historische stadsbeeld.
De gebouwen werden oorspronkelijk verwarmd met kachels en haarden die via schoorstenen werden geventileerd. Omdat veel appartementsgebouwen meerdere woningen en kamers hadden, ontstond een dicht netwerk van schoorsteenpijpen. Vanaf de straat zie je daar maar weinig van. Vanaf een hoger punt verandert dat volledig.
Dan zie je hoe iedere gevel, iedere verdieping en ieder appartement uiteindelijk samenkomt in een daklandschap vol kleine architectonische details.
De straten van Haussmann
De daken zijn echter maar de helft van het verhaal. Wie door een Haussmanniaanse straat loopt, merkt hoe anders de stad aanvoelt dan in veel oudere delen van Parijs.
De straten zijn breed. De gevelwanden lopen lang door. Op kruispunten ontstaan ruime pleinen en diagonale zichtlijnen. Dat was geen toeval.
Haussmann wilde een stad creëren die beter bereikbaar en gezonder was, maar ook een stad die overzichtelijker en beter controleerbaar was. Brede boulevards maakten verkeer gemakkelijker en zorgden voor meer licht en lucht. Ze veranderden bovendien de manier waarop je Parijs beleeft.
Je loopt niet meer door een smalle middeleeuwse straat waar de stad zich voortdurend voor je verbergt. Op een brede boulevard kun je soms tientallen meters vooruit kijken. Een monument, koepel of gevel wordt onderdeel van het perspectief.
Dat is een belangrijk onderdeel van de Parijse ervaring.
Waarom lijken zoveel gevels hetzelfde?
Een van de opvallendste kenmerken van het Haussmanniaanse Parijs is de eenheid. Toch zijn de gebouwen niet allemaal identiek.
Er zijn duidelijke regels en conventies voor de hoogte, verhoudingen en indeling van de gevels. De begane grond werd vaak gebruikt voor winkels en kreeg een andere uitstraling dan de woonverdiepingen. De eerste verdieping kreeg traditioneel een meer prominente behandeling, terwijl de bovenste verdiepingen eenvoudiger werden.
De gevels werden meestal uitgevoerd in de lichte kalksteen die zo kenmerkend is voor Parijs.
Daardoor ontstaat vanaf de straat een rustig ritme van ramen, balkons en horizontale lijnen.
Het is juist die herhaling die Parijs zo herkenbaar maakt.
Het mooiste Parijs zie je soms van boven
Wie Parijs alleen vanaf straatniveau bekijkt, mist daarom een belangrijk deel van de stad. Vanaf een uitzichtpunt zie je hoe de brede straten, gevels en daken met elkaar verbonden zijn.
Vanaf de Sacré Coeur bijvoorbeeld ligt de stad als een enorme verzameling van daken onder je. Vanaf de Arc de Triomphe zie je hoe verschillende boulevards als lijnen door de stad lopen.
Ook vanuit hogere verdiepingen, hotels en sommige restaurants krijg je een heel ander perspectief. Je ziet dan niet langer alleen een mooi gebouw. Je ziet hoe Parijs als geheel is opgebouwd.
De mooiste uitzichtpunten van Parijs:
Overnachten met uitzicht op de Parijse daken
Wil je het daklandschap van Parijs ook vanuit je hotelkamer zien?
PS: deze foto is genomen vanaf het raam bij Hotel Saint Louis Jardin du Luxembourg.
Uitzichtpunten en tickets
Arc de Triomphe
Een van de beste plekken om de structuur van de Parijse boulevards te begrijpen. Vanaf boven zie je hoe de lange Haussmanniaanse lanen vanuit de stad naar buiten lopen.
Galeries Lafayette rooftop
Je kunt hier gratis van het uitzicht genieten.
Sacré Coeur
Een ander perspectief, vooral interessant voor het enorme daklandschap van Parijs.
De Parijse daken zijn niet alleen decor
Dat is misschien wel het interessantste aan de zinken daken. Ze zijn inmiddels zo sterk verbonden met het romantische beeld van Parijs dat je gemakkelijk vergeet dat ze ooit vooral een praktische oplossing waren.
Hetzelfde geldt voor de brede boulevards van Haussmann. Vandaag associëren we ze met wandelen, winkelen en terrassen. Maar ze ontstonden uit een grootschalige modernisering van de stad die Parijs ingrijpend veranderde.
Het romantische Parijs dat we nu kennen, is dus voor een groot deel het resultaat van een zeer rationeel stadsplan. En misschien is dat precies wat de stad zo interessant maakt.
Een Haussmanniaanse gevel ziet er van buiten opvallend gelijkmatig uit. Maar achter die keurige gevel zat in de negentiende eeuw een duidelijke sociale rangorde.
Wie vandaag naar een Parijs appartement kijkt, zou misschien denken dat een woning op de hoogste verdieping het aantrekkelijkst was. Meer licht, uitzicht over de daken en minder straatlawaai. In de tijd van Haussmann lag dat precies andersom.
Er waren immers nog geen liften zoals we die nu kennen. Hoe hoger je woonde, hoe meer trappen je iedere dag moest beklimmen. De verdieping waarop je woonde vertelde daardoor iets over je positie in de maatschappij.
De begane grond: winkels en de conciërge
Op straatniveau bevonden zich meestal winkels, entrees en de woning van de conciërge, de concierge.
De begane grond was praktisch ingericht en kreeg een robuustere uitstraling. Je ziet vaak grote stenen blokken en diepe groeven in de gevel, waardoor het onderste deel van het gebouw steviger lijkt dan de verdiepingen erboven.
De winkel op de begane grond bracht het gebouw letterlijk in contact met de straat. Daarboven begon het woongebouw.
De eerste verdieping: dichtbij de straat
Direct boven de begane grond bevond zich een tussenlaag, het entresol, en daarboven de eerste verdieping.
Deze verdieping was minder prestigieus dan de verdieping erboven. De bewoners zaten nog dicht bij het lawaai van de straat en bij de bedrijvigheid van de winkels.
Ook architectonisch is dat vaak te zien. De gevel is op deze hoogte minder rijk gedecoreerd dan op de belangrijkste woonverdieping.
De tweede verdieping: het étage noble
En dan komt de verdieping waar je op moet letten wanneer je door Parijs loopt. De tweede verdieping was traditioneel hetétage noble, de meest prestigieuze woonverdieping van het gebouw.
Dat klinkt misschien vreemd wanneer je gewend bent om een penthouse als het ultieme appartement te zien. Maar in de negentiende eeuw was de tweede verdieping de ideale combinatie van status en gemak.
Je woonde hoog genoeg om afstand te hebben van het straatleven, maar laag genoeg om niet iedere dag meerdere trappen op te hoeven. De appartementen waren hier vaak groter en hadden hogere plafonds. De gevel kreeg op deze hoogte bovendien een opvallende architectonische nadruk. Een lange, doorlopende balkonrand, het balcon filant, loopt bij veel klassieke Haussmanniaanse gebouwen over de hele gevel.
Kijk je vanaf de straat omhoog, dan is dit een van de gemakkelijkste aanwijzingen om een Haussmanniaans gebouw te herkennen.
De derde en vierde verdieping: comfortabel, maar eenvoudiger
Boven het étage noble werden de appartementen doorgaans iets eenvoudiger.
De derde en vierde verdieping waren nog altijd goede woonverdiepingen, maar de plafonds werden meestal lager en de decoratie soberder. De balkons werden kleiner en beperkten zich vaak tot individuele vensterbalkons.
Ook hier zie je hoe de gevel de sociale structuur van het gebouw zichtbaar maakt.
De tweede verdieping kreeg de meest prominente behandeling. Naar boven toe wordt de architectuur geleidelijk eenvoudiger.
De vijfde verdieping: de tweede lange balkonlijn
Op de vijfde verdieping verschijnt bij veel klassieke Haussmanniaanse gebouwen opnieuw een lange, doorlopende balkonrand.
Het lijkt op het eerste gezicht vooral een decoratief element, maar het heeft ook een belangrijke functie in het uiterlijk van de gevel. De balkonlijn zorgt voor een horizontale afsluiting en brengt ritme in de lange gevelwand. Daarboven begint het dak. Juist daar verandert het karakter van het gebouw opnieuw.
De zesde verdieping: onder het zinken dak
De bovenste verdieping ligt meestal gedeeltelijk verscholen onder het mansardedak. Hier bevonden zich de kleine kamers die bekendstaan als chambres de bonnes, de kamers van het huishoudelijk personeel.
Deze ruimtes waren veel eenvoudiger dan de grote appartementen beneden. Ze hadden lage plafonds en waren klein. Voorzieningen waren beperkt en sanitair werd historisch gezien soms gedeeld. Het is een fascinerend contrast.
Aan de voorkant van hetzelfde gebouw woonde op de tweede verdieping de rijke bourgeoisie in ruime kamers met hoge plafonds. Helemaal boven, onder het zinken dak, bevonden zich de kleine kamers van de mensen die in die appartementen werkten.
De sociale structuur van het negentiende-eeuwse Parijs zit letterlijk in de gevel verborgen.
Waarom de daken zo belangrijk zijn
Daarmee komen we terug bij de zinken daken. Wanneer je vanaf een hoger punt over Parijs kijkt, zie je niet alleen een prachtig grijs daklandschap. Je kijkt eigenlijk naar de bovenste laag van een gebouw dat ooit heel precies was georganiseerd.
De lichte kalkstenen gevels, de twee lange balkonlijnen, de kleinere balkons op de tussenliggende verdiepingen en daarboven de zinken mansardekap vormen samen een soort architectonische doorsnede van het negentiende-eeuwse Parijs. Het mooie is dat je die geschiedenis vaak gewoon vanaf de straat kunt lezen.
Kijk naar een Haussmanniaanse gevel en zoek eerst de lange balkonlijn van de tweede verdieping. Kijk vervolgens naar de vijfde verdieping en de tweede balkonlijn. En helemaal bovenaan zie je de dakkapellen tussen het zink.
Je kijkt dan niet meer alleen naar een mooie Parijse gevel, maar je ziet hoe Parijs ooit was ingedeeld.
Misschien is dat wel het leukste aan de Parijse daken: je hoeft er geen bijzondere plek voor te zoeken.
Loop door een straat in het 9e, 8e, 16e of 17e arrondissement en kijk eens omhoog. Let op de balkonlijnen, de dakkapellen, de schoorstenen en het zink dat boven de lichte gevels verschijnt.
En probeer daarna eens ergens hoger te komen.
Vanaf een dakterras, een uitzichtpunt of een hotelkamer verandert het beeld volledig. Wat vanaf de straat een verzameling gebouwen lijkt, wordt van bovenaf een zorgvuldig opgebouwd landschap van gevels, boulevards en grijze daken.
Dat is misschien wel een van de mooiste manieren om Parijs te leren kennen: niet door alleen naar de bekende monumenten te zoeken, maar door te kijken naar de stad zelf.
Ik hoop dat je dit artikel leuk vond om te lezen en ik ben benieuwd hoe jij nu naar de straten van Parijs gaat kijken. Laat gerust een berichtje achter. Hieronder heb ik nog wat tips voor je om van het mooie uitzicht te genieten en Parijs te beleven. Wil je niets missen, schrijf je dan in voor de nieuwsbrief onderaan deze pagina.
Kun je geen genoeg krijgen van Parijs en wil je thuis genieten van de prachtige Parijse beelden? Dan is het boek hieronder misschien iets voor jou. Ik ben fan!
Dit vind je vast ook leuk om te lezen: Victor Hugo en het verdwenen middeleeuwse Parijs.

