Lunchen en dineren zoals Parijzenaren dat doen
Parijzenaren eten niet om indruk te maken. Ze eten omdat het tijd is. Omdat ze honger hebben. Omdat dit de plek is waar ze altijd al komen. Geen concepten, geen menukaarten met verhalen. Gewoon een tafel, een glas wijn en eten dat klopt.
Dit zijn restaurants waar je niet “naartoe gaat”, maar waar je belandt. Soms gepland, soms per toeval. Altijd precies goed.
Robert et Louise
Bij Robert et Louise ruikt het naar hout en vlees. Altijd. De open haard staat aan, zelfs als het eigenlijk niet hoeft. Hier geen achtergrondmuziek, geen playlist. Je luistert naar de tafel naast je, naar bestek op borden, naar de ober die zonder iets op te schrijven alles onthoudt.
Het vlees is simpel, bijna ouderwets. En juist daarom goed. Je blijft langer zitten dan je dacht. Niemand kijkt op de klok.
Chez Julien
Chez Julien voelt als een ansichtkaart, maar dan eentje die leeft. Hoge plafonds, spiegels, tafeltjes dicht op elkaar. Toeristen komen hier binnen met hun camera, Parijzenaren blijven hangen omdat het eten betrouwbaar is.
Dit is zo’n plek waar lunch ongemerkt overgaat in een late middag. Waar je nog een espresso bestelt terwijl je eigenlijk al weg moest zijn. Ook de bovenverdieping is een plaatje. Ook leuk om een paar foto’s te schieten.
Les Philosophes
Bij Les Philosophes eet ik langzaam. Misschien door de plek, misschien door het tempo van de bediening. Dit is geen restaurant om snel iets te “doen”. Dit is een tafel waar gesprekken ontstaan. En als je even wat korter wil zitten, dan kan dat ook heel goed.
Je ziet hier vaste gezichten. Mensen die hun bestelling niet hoeven uit te leggen. Het eten is klassiek, de sfeer ongekunsteld. Precies zoals Le Marais soms nog kan zijn.
Bouillon Chartier
Bouillon Chartier is geen geheim. Dat hoeft ook niet. Je eet hier omdat het zo hoort. Grote zaal, lange rijen, obers in hoog tempo. Alles beweegt, alles leeft.
Het menu is simpel en dat is de bedoeling. Je komt niet voor een culinaire ontdekking, maar voor het gevoel dat je onderdeel bent van de stad. Even, voor een uur.
La Villa des Abbesses
La Villa des Abbesses is Montmartre zonder toneel. Geen schilder met ezel, geen overdreven charme. Gewoon een buurtrestaurant waar mensen uit de wijk eten.
Hier zie je stellen die elkaar al jaren kennen. Tafels die altijd bezet zijn. Het eten is eerlijk, de sfeer rustig. Precies wat Montmartre soms vergeet te laten zien.
Le Valentin
Le Valentin is klein, persoonlijk, stil op de juiste manier. Gelegen in Galerie Vivienne, gaat Le Valentin prachtig op in het decor.
Dit is een plek waar je alleen kunt eten zonder je alleen te voelen. Waar de ober je aankijkt als hij vraagt of alles goed is. Waar niets afleidt van het moment.
Dit zijn geen restaurants met een verhaal. Deze zijn het verhaal.
Zo eet Parijs. En als je goed kijkt, eet je even mee.
Tijdens het eten denk ik vaak aan het boek Bon Appétit Paris van Mara Grimm. Niet omdat het een gids is die je vertelt waar je moet zijn, maar omdat het precies dit soort plekken vangt. Restaurants waar je niet speciaal voor omloopt, maar waar je blijft zitten als je er eenmaal bent. Het boek leest zoals eten in Parijs voelt: ongehaast, persoonlijk en zonder opsmuk.
