Het 16e arrondissement: Parijs' best bewaarde geheim

Trocadéro

Trocadéro

De meeste bezoekers rijden er zo doorheen op weg naar de Eiffeltoren of de Champs-Élysées, zonder te beseffen wat ze missen. Ik heb het zelf ook lang onderschat, tot ik er een ochtend voor 6 uur stond, voor het beste uitzicht op de Eiffeltoren van heel Parijs en om te fotograferen. Sindsdien ben ik verkocht.

Er is geen enkele wijk in Parijs die zoveel te bieden heeft per vierkante meter als het 16e arrondissement: het beste Eiffeltoren-uitzicht van de stad, de grootste Monet-collectie ter wereld, een bos groter dan Central Park én een muurschildering zo groot als een gebouw die bijna niemand ooit ziet. In dit artikel neem ik je mee langs een complete 2-daagse route Trek er de tijd voor uit, want je komt ogen tekort.

Zelf heb ik ook nog niet alles bezocht, heb ook nog genoeg op mijn Parijs-to-do-list, maar ik heb speciaal voor jou onderzoek gedaan.

Dag 1: musea, mode en meesterwerken

Voor zonsopgang bij het Trocadéro

Sta je hier vóór 6 uur 's ochtends dan heb je het beroemdste uitzicht van Parijs helemaal voor jezelf. De fonteinen van het Trocadéro met de Eiffeltoren recht in het midden erachter. Als je gelukt hebt, want er zijn vast nog meer mensen die houden van vroeg opstaan.

Het Palais de Chaillot dat dit uitzicht omlijst, is trouwens niet het originele gebouw, dat werd afgebroken omdat men het lelijk vond. In 1937 werd het vervangen door de twee gebogen vleugels die je nu ziet, speciaal ontworpen om dít uitzicht te creëren.

Dit plekje heeft voor mij ook een heel persoonlijk kantje. In 2016 had ik hier een fotoshoot van vier dagen, en we gingen elke ochtend vroeg uit de veren om het beste licht te vangen. Ik weet nog goed dat we bij de Eiffeltoren stonden om het allereerste licht te fotograferen met ons model en er was bijna niemand. Deze maand is dat alweer tien jaar geleden. Ik koester die herinnering nog steeds. De foto's van toen zijn nog altijd even prachtig als toen we ze maakten.

Koffie met een prijskaartje

Vlakbij vind je een iconische salon de thé (Carette) dat al sinds 1927 op hetzelfde plein zit en nog steeds dezelfde chouquettes en macarons serveert. Overprijsd? Zeker. Een klassieke Parijse ervaring? Absoluut.

Een straat als kunstwerk

Loop zeker ook even langs Rue Mallet-Stevens, een piepklein straatje van maar 80 meter waar een architect in de jaren '20 ieder gebouw ontwierp als onderdeel van één samenhangend project. Glas, beton en strakke lijnen. Nergens anders in Parijs vind je dit.

Een muurschildering zo groot als een gebouw

Dezelfde architect bouwde ook het paviljoen waarin je nu La Fée Électricité vindt. 600 vierkante meter schilderkunst, een van de grootste kunstwerken ter wereld, die de hele geschiedenis van elektriciteit vertelt via meer dan 110 historische figuren. Het museum eromheen herbergt zo'n 13.000 tot 15.000 werken, met een indrukwekkende diepgang in kunst uit het interbellum.

Gips, gotiek en een oude fotocabine

In hetzelfde gebouw vind je de Cité de l'Architecture, met levensgrote gipsafgietsels van Franse kathedralen, bedoeld zodat mensen Franse bouwkunst konden bestuderen zonder het hele land af te reizen. En in de westvleugel staat, verstopt tussen hedendaagse kunst, de allereerste analoge fotomaton van Parijs: een houten fotohokje uit 2007 in 1960s-stijl, met echte chemische film.

Een dorpsstraatje en een schrijver op de vlucht

Wandel over de Rue Passy, ooit de hoofdstraat van het dorpje Passy vóórdat het in 1860 bij Parijs werd gevoegd. Je proeft die dorpse schaal nog steeds. Bezoek daarna het gratis te bezoeken Maison de Balzac. De schrijver huurde dit huis onder een valse naam om zijn schuldeisers te ontlopen en liet zelfs een tweede achteruitgang bouwen om stiekem te kunnen ontsnappen. De ommuurde tuin heeft een Eiffeltoren-uitzicht, dat blijft mooi!

De grootste Monet-collectie ter wereld

Museum Marmottan zit in een 19e-eeuws jachtslot en bewaart meer dan honderd Monets, nagelaten door zijn eigen zoon. Daaronder: Impression, Soleil Levant, het schilderij dat in 1872 zo werd afgekraakt door een criticus dat zijn scheldwoord "impressionisme" uiteindelijk de naam werd van een hele kunststroming. In 1985 werd het doek zelfs gestolen bij een van de grootste kunstroven ooit, en pas vijf jaar later teruggevonden op Corsica. In dit museum vind je ook werken van Berthe Morisot, de eerste vrouwelijke impressionist.

Een rustig einde

Sluit de dag rustig af in de Jardin du Ranelagh, het kleine, elegante parkje waar de bewoners van het 16e op zondag met hun kinderen naartoe gaan. Het poppentheater (de Marionettes du Ranelagh)hier draait al decennia lang traditionele poppen-voorstellingen voor kinderen.

Dag 2: bossen, kastelen en hedendaagse kunst

Verdwalen in een bos groter dan Central Park

Begin je tweede dag in het Bois de Boulogne, 845 hectare groen. Meer dan dubbel zo groot als Central Park. Napoleon III raakte tijdens zijn ballingschap in Londen geobsedeerd door Hyde Park, en liet na zijn troonsbestijging iets vergelijkbaars aanleggen. Meer dan 50 km paden, 400.000 bomen en een meer waar je nog steeds een roeibootje kunt huren. Ook leuk om met de fiets te verkennen.

Een weddenschap die een kasteel werd

Middenin het bos staat het Château de Bagatelle, gebouwd in slechts 64 dagen in 1777. Het resultaat van een weddenschap tussen Marie-Antoinette en haar schoonbroer over wie het snelst een huis kon bouwen. De bijbehorende rozentuin, aangelegd begin 20e eeuw, telt inmiddels meer dan 10.000 rozenstruiken.

Parijs' oudste pretpark

Vlak ernaast ligt de Jardin d'Acclimatation, geopend in 1860 en het oudste pretpark van Parijs. LVMH (Louis Vuitton Moët Hennessy runt het park nu, dus je combineert toegang makkelijk met de volgende stop.

Glazen zeilen vol kunst

De Fondation Louis Vuitton, ontworpen door Frank Gehry en geopend in 2014, bestaat uit twaalf glazen "zeilen" rond een houten kern, gebouwd om de hedendaagse kunstcollectie van LVMH te huisvesten. Vanuit veel hoeken zie je alleen glas en bomen en geen andere gebouwen. Alleen al de architectuur is een bezoek waard, nog vóór je een schilderij hebt gezien.

Waar overnachten in het 16e

  • Maison Hamelin — hier heb ik zelf geslapen en kan ik dus uit eigen ervaring aanraden. De kamer was sfeervol en ruim, en je kunt er kamers boeken met uitzicht op de Eiffeltoren zelf. Gratis toegang tot de spa was een fijne bonus. Om de hoek vind je volop plekjes om te ontbijten of iets te drinken met de Eiffeltoren én de Arc de Triomphe binnen handbereik.

    Meer info en beschikbaarheid kamers ➡️ lees hier verder

  • Best Western Au Trocadéro — 3 sterren, op nog geen 100 meter van het Trocadéro-plein. Instap-luxe met uitzicht op de Eiffeltoren binnen handbereik.

    Meer info en beschikbaarheid kamers ➡️ lees hier verder

  • Hôtel Villa Nicolo — knus en betaalbaarder, in het rustige Passy, vlakbij Museum Marmottan Monet.

    Meer info en beschikbaarheid kamers ➡️ lees hier verder

  • Le Dokhan's, A Tribute Portfolio Hotel — chique 5-sterrenhotel bij de Arc de Triomphe, voor wie het net iets luxer wil.

    Meer info en beschikbaarheid kamers ➡️ lees hier verder

  • Saint James Paris — het enige "château-hotel" van Parijs, met een prachtige tuin; ideaal als je een écht bijzonder verblijf zoekt.

    Meer info en beschikbaarheid kamers ➡️ lees hier verder

  • Molitor Hotel & Spa Paris — voor wie van design houdt: gebouwd rond het legendarische art-decozwembad van Parijs. In seizoen 3 bezoekt Emily van de serie Emily in Paris het hotel voor een zakelijke afspraak en een pr-evenement van Soleil de Paris.

    Meer info en beschikbaarheid kamers ➡️ lees hier verder

Waar eten in het 16e

  • Café de l'Homme — boven de fonteinen van het Trocadéro, met een van de mooiste Eiffeltoren-uitzichten van de stad. Perfect voor een luxe lunch of aperitief bij zonsondergang.

  • Le Passy — klassieke Parijse brasserie met rieten stoelen en een zinken bar, zoals je je Parijs altijd had voorgesteld.

  • Kura — favoriete Japanner van de buurtbewoners op de Rue de Boulainvilliers, ver van de toeristenstroom.

  • La Causerie — traditioneel Frans, met een lokale reputatie voor hun ris de veau. Voor wie de "echte" 16e wil proeven.

  • Ponzu (uit de route hierboven) — laagdrempelig Japans buurtplekje vlakbij het Palais de Chaillot, ideaal voor tussen de musea door.

Vintage shoppen in het 16e

Het 16e staat niet bekend als het vintage-district van Parijs (dat is eerder Le Marais), maar juist daarom vind je hier chique dépôts-vente met echte designerstukken, zonder de drukte:

  • Dépôt Vente Luxe Passy — al meer dan 20 jaar hét adres in de wijk voor tweedehands Hermès, Chanel en Louis Vuitton, aan de Rue de la Tour.

  • Réciproque — een instituut middenin het 16e, met een scherpe selectie van designerstukken én toegankelijkere merken.

  • Lorette et Jasmin (voorheen Passy Puces) — vintage naast haute couture, met een trouwe klantenkring en oog voor bijzondere collecties.

  • Dress'Vintage — aan de Boulevard Exelmans, voor wie tussen twee musea door nog tijd overhoudt.

NB: Check openingstijden vooraf als je graag een bezoekje aan deze winkels wilt brengen

Waarom het 16e het overwegen waard is

Twee dagen in het 16e en je bucketlist wordt nauwelijks korter. Een gratis uitzicht dat bijna niemand ziet, de grootste Monet-collectie ter wereld, een muurschildering zo groot als een gebouw, een compleet bos geplant door een verliefde keizer, een rozentuin ontstaan uit een weddenschap en een pretpark dat al draait sinds vóór de Eiffeltoren er stond.

En het beste: het ligt allemaal op loopafstand van metrostation La Muette (lijn 9), een halte waar de meeste bezoekers nooit uitstappen.

Volgende
Volgende

Hoe Le Marais verleden en heden in balans houdt